image
CUR-Aanbeveling 108

Ontwerp en uitvoering van mortelvoegen in prefab betonconstructies

Mortelvoegen worden net zo lang toegepast als geprefabriceerd beton. De sterkte van de mortelvoeg is afhankelijk van de wijze van aanbrengen van de mortel. De invloed van de vullingsgraad wordt middels een factor K1 in rekening gebracht. Voor elementen geplaatst in een speciebed werd tot voor kort gerekend met een reductie van de druksterkte van de mortelvoeg tot 30% (K1=0,3). Over deze lage waarde was in de praktijk veel discussie. Onderzoekscommissie C144 mortelvoegen heeft nu aangetoond, dat de sterkte van de mortelvoeg mag worden gereduceerd tot 70% (K1=0,7) dit i.p.v. 30%! Deze reductie was mogelijk door toepassing van nieuw ontwikkelde krimparme mortels met thixotrope eigenschappen, in combinatie met een aangepaste montagemethode conform CUR 108.

Mortelmatrix als productkeuzehulp
In CUR aanbeveling 108 zijn de volgende uitvoeringsmethoden beschreven:
  • ondergieten
  • ondersabelen
  • onderpompen
  • injecteren
  • plaatsen in speciebed

Aan elke uitvoeringsmethode is een factor K1 gekoppeld, waarmee de vullingsgraad tot uitdrukking wordt gebracht. Cugla heeft een handige productkeuzehulp ontwikkeld zodat u in een oogopslag de juiste combinatie kunt maken van:
  1. uitvoeringsmethode;
  2. vullingsgraad - factor K1;
  3. optimale Cuglaton mortel.